Artikelen
Wij bijten ons vast in de meest complexe maatschappelijke opgaven. Voor verschillende opdrachtgevers en over de grenzen van disciplines en domeinen heen. Hoe we dit in de praktijk aanpakken lees je in onze cases, nieuwsartikelen en insight artikelen.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van de belangrijkste inzichten, analyses en ontwikkelingen. Je ontvangt de nieuwsbrief één keer per kwartaal.

De innovatieparadox: 12 vragen en antwoorden
De innovatieparadox van Nederland laat zien waarom R&D cruciaal is. In 12 vragen en antwoorden wordt ook de kloof met de praktijk ontrafeld.

Sleutelspeler of toeschouwer?
Quantumcomputing is een sleuteltechnologie voor Nederland en ontwikkelt zich razendsnel, met grote invloed op ons toekomstige verdienvermogen en onze nationale veiligheid.
12 - Hoe kan Nederland radicale, vraaggestuurde innovaties stimuleren, en welke rol kunnen challenge-based programma’s of een ‘Nederlandse DARPA’ erin spelen?
De potentie tot synergie tussen economische doelstellingen en maatschappelijke opgaven zal in samenwerking met andere ministeries en beleidsdomeinen en -niveaus verder verkend moeten worden. Interdepartementale samenwerkingen, de oprichting van themateams, kernteams of missieteams, de ontwikkeling van een cross-ministerieel innovatieprogramma, of de oprichting van een instituut waarin missiegedreven innovatieprogramma’s worden ontwikkeld, zoals DARPA, kan hierbij helpen.
Ook kan nagedacht worden over manieren waarop vraag naar innovatie gestimuleerd kan worden, omdat dit als multiplier kan werken om economische activiteiten en R&D-investeringen uit te lokken. Door vraaggedreven beleidsinstrumenten in te zetten, zoals aanbestedings- en inkoopbeleid kan de overheid ook een rol als launching customer op zich nemen. Voor een coherente aanpak, waarin rekening wordt gehouden met zowel de korte als de lange termijn, helpt een portfolio-aanpak bij het balanceren van impact, slaagkans en investeringsbehoefte. Dit moet versnippering voorkomen en synergie creëren bij de inzet van schaarse publieke en private investeringsmiddelen.
Meer weten? Lees Factsheet G in het bijlagenrapport.
11 - Welke concrete innovatie- en vernieuwingsopgaven zijn dan zowel relevant als kansrijk voor Nederland, geredeneerd vanuit marktkansen enerzijds en maatschappelijke vraagstukken en transities anderzijds?
In ons onderzoek hebben wij een beleidsmapping uitgevoerd, met behulp van LLM’s en expert judgement, van de mogelijkheden tot synergie tussen economische doelstellingen en maatschappelijke uitdagingen. Deze beleidsanalyse laat zien dat er relatief veel potentie is voor synergie tussen innovaties die bijdragen aan economische doelstellingen en een zestal maatschappelijke opgaven. Deze potentie tot synergie biedt handvatten om scherpe keuzes in specifieke innovatie- en vernieuwingsopgaven te maken, want middelen zijn beperkt. Het gericht inzetten op een beperkt aantal specifieke thema’s kan een waardevolle aanvulling zijn op het generieke innovatiebeleid.
10 - R&D, vernieuwingsklimaat, investeren in toekomstig verdienvermogen; hoe zit het eigenlijk met de rol van maatschappelijke uitdagingen?
Het vergroten van R&D- en innovatie-inspanningen is een belangrijk middel om het verdienvermogen van Nederland toekomstbestendig te maken. Tegelijkertijd schuilt in toekomstbestendig verdienvermogen dat Nederland ook stappen voorwaarts zet in maatschappelijke opgaven en transities. Daarbij dienen maatschappelijke uitdagingen als wenkend perspectief, namelijk als marktkans voor duurzame producten en technologieën op de wereldwijde markt en het realiseren van een weerbaar Europa. Dit vraagt om gerichte thematische maatregelen in aanvulling op generieke en ongerichte maatregelen die R&D in het algemeen bevorderen – juist omdat transformatiefalen hierbij kan optreden waarbij het bestaande beleid of systeem er niet in slaagt om richting te geven aan noodzakelijke maatschappelijke transities.
9 - Welke rol speelt het innovatiebeleidsinstrumentarium in het doorbreken van de innovatieparadox van Nederland?
Het innovatiebeleidsinstrumentarium is de manier waarop beleidsmakers kunnen interveniëren in het innovatiesysteem om veranderingen te bewerkstelligen en verschillende vormen van markt-, systeem- en transformatiefalen te overkomen. In ons onderzoek hebben we de belangrijkste beleidsinstrumenten besproken en gekoppeld aan de drie vormen van falen. Deze instrumenten variëren van directe financiële steun, zoals subsidies en belastingvoordelen, tot indirecte steun, waaronder regelgeving en het stimuleren van publiek-private samenwerkingen. Daarnaast wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen aanbodgestuurde en vraaggestuurde beleidsinstrumenten.
Om de innovatieparadox te kunnen doorbreken, dienen innovatiebeleidsinstrumenten de onderliggende markt-, systeem- en transformatiefalen te adresseren. Om marktfalen te voorkomen en/of te corrigeren, kunnen bijvoorbeeld financiële instrumenten geschikte stimulansen bieden om investeringen in R&D&I aantrekkelijker te maken. In het kader van systeemfalen wordt de rol van de overheid gezien als het scheppen van kaders die samenwerking bevorderen, te investeren om onderzoek- en innovatie-ecosystemen en hun randvoorwaardelijke infrastructuur te verbeteren en technologische en economische verbreding mogelijk te maken via innovatieprogramma’s. In het kader van transformatiefalen wordt de rol van de overheid niet slechts als faciliterend of corrigerend gezien, maar als actief richtinggevend, verbindend en experimenterend en dat vraagt om bredere, coördinerende beleidsinstrumenten die richting geven en vraag stimuleren zodat onderzoeks- en innovatieactiviteiten afgestemd worden op maatschappelijke behoeften en prioriteiten.
Meer weten? Lees Factsheet F in het bijlagenrapport.
8 - En welke rol spelen innovatie-ecosystemen hierbij?
Productieve en dynamische onderzoeks- en innovatie-ecosystemen spelen een belangrijke rol om Nederland aantrekkelijk te laten zijn voor nieuwe en bestaande (buitenlandse) R&D-intensieve bedrijven. Waar vroeger individuele ondernemers en bedrijven werden gezien als de drijvende kracht achter innovatie, zijn we ons steeds meer gaan realiseren dat innovatie een uitkomst is van een complex samenspel van uiteenlopende actoren en omstandigheden.
In ons onderzoek presenteren we daarom een onderzoeks- en innovatie-ecosystemen raamwerk dat een integraal kader biedt om de innovatieparadox en R&D-kloof te begrijpen en gericht aan te pakken. Door aandacht te geven aan de onderlinge samenhang tussen actoren, randvoorwaarden en governance. Het koppelen van structurele belemmeringen (vormen van falen) aan concrete elementen van O&I-ecosystemen ondersteunt het ontwikkelen van gerichte en samenhangende beleidsinterventies. Gerichte stimulering van R&D-intensieve ecosystemen is dus ook nodig om het investerings- en vernieuwingsklimaat in Nederland te verbeteren. Zo’n aanpak vereist inzicht in het functioneren van Nederlandse O&I-ecosystemen en een blik op de positie van actoren uit het ecosysteem in internationale ketens, met eventuele control points en (te) grote afhankelijkheden.
Meer weten? Lees Factsheet E in het bijlagenrapport.
7 - Hoe zorgen we ervoor dat Nederland aantrekkelijk blijft voor nieuwe en bestaande (buitenlandse) R&D-intensieve bedrijven?
Allereerst stellen we in ons onderzoek dat algemene vestigingsplaatsfactoren (vestigingsklimaat en ondernemingsklimaat) van belang zijn om bedrijven over de streep te kunnen trekken te kiezen voor Nederland in plaats van een van de omringende landen. De randvoorwaarden op orde brengen en houden in het vestigings- en ondernemingsklimaat vraagt in de kern om generiek, landelijk beleid, met aandacht voor zaken als ruimte voor uitbreiding, infrastructuur, beschikbaarheid van kapitaal, netcongestie, arbeidsmarktkrapte, tekort aan technici, beschikbaarheid van woningen, bereikbaarheid en fiscale regelingen (zoals de 30%-expatregeling). Programma’s à la Beethoven kunnen daarbovenop mogelijk voorzien in specifieke behoeften van regio’s.
Naast deze algemene vestigingsplaatsfactoren stellen we in ons onderzoek dat het ook cruciaal is dat Nederland de juiste randvoorwaarden, middelen en mogelijkheden biedt voor vernieuwende bedrijven om hier onder aanvaardbare risico’s te investeren in R&D, de brede adoptie van innovatie en opschaling. Een aantrekkelijk vernieuwingsklimaat dus.
6 - Hoe kunnen we sectoren helpen hun R&D-uitgaven te vergroten om zo te bewegen naar een R&D-intensievere en productievere economische structuur?
Op basis van de realisaties in het buitenland zijn de sectoren met de grootste potentie om de R&D-intensiteit te verhogen de industrie (specifiek de farmaceutische industrie en elektrotechnische industrie), informatie- en communicatiesector en de specialistische zakelijke dienstverlening. Als Nederland de R&D-intensiteit in deze sectoren zou verhogen tot het gemiddelde niveau in onze internationale benchmark, dan zou dat de private R&D-intensiteit dusdanig kunnen verhogen dat de 3% R&D-doelstelling zou kunnen worden behaald (uitgaande van de verhouding 1% publiek en 2% privaat).
Meer weten? Lees Factsheet D in het bijlagenrapport.
5 - Speelt de R&D achterstand in alle Nederlandse sectoren?
Simpel gezegd; ja, eigenlijk wel. In ons onderzoek hebben we ook gekeken naar R&D-uitgaven per sector. De belangrijkste uitkomsten van dat onderzoek zijn dat Nederland inderdaad een achterstand in R&D-uitgaven heeft ten opzichte van andere landen, en in de periode 2013-2022 is deze R&D-achterstand zelfs toegenomen. Ons onderzoek toont verder aan dat deze achterstand niet zozeer ligt aan de sectorstructuur van de economie, maar vooral komt doordat Nederland (binnen dezelfde sectoren) systematisch minder aan R&D uitgeeft dan andere landen.
4 - Hoe zouden we deze barrières kunnen beslechten?
Het Nederlandse startupecosysteem heeft vooral meer financiële ondersteuning nodig om zijn volledige potentieel te bereiken. Blended finance en pensioenfondsen kunnen een belangrijk onderdeel zijn om deze groei te katalyseren door kapitaal te mobiliseren voor startups. Tekort aan talent kan verbeterd worden door te investeren in het aantrekken, behouden en ontwikkelen van (internationale) medewerkers. Daarnaast kan Nederland aantrekkelijker worden gemaakt voor high tech talent via de uitwerking van de nieuwe medewerkersparticipatie plannen en investeringen in vestigings- en ondernemingsklimaat. Door het aanjagen van de Europese interne markt t.b.v. jonge ondernemers kunnen strikte regelgeving en fiscaliteit die het starten of bijstaan van Nederlandse ondernemers beperkt worden verbeterd. Tenslotte kan er gedacht worden aan het verminderen van bureaucreatie van publiek-private samenwerking t.b.v. innovatie, en het openbreken van aanbestedingsbudgetten voor startups.
Meer weten? Lees Factsheet C in het bijlagenrapport.
3 - Welke rol zien jullie voor startups en scale-ups in het verhogen van de R&D-intensiteit, en welke barrières spelen hierbij een rol?
Startups en scale-ups spelen een belangrijke rol in het versterken van de concurrentiekracht van een land. Deze snelgroeiende bedrijven zijn productiever dan het gemiddelde bedrijf en zijn leidend in de ontwikkeling van nieuwe technologieën.
Maar startups en scale-ups lopen in Nederland tegen grote barrières aan. Een van de grootste barrières waar startups tegenaan lopen in hun scale-up ambities is een tekort aan kapitaal, met name een tekort aan lokaal groeikapitaal. Daarnaast is het tekort aan (STEM)-talent een groot probleem, waardoor veel openstaande vacatures moeilijk te vullen zijn. Tenslotte hebben veel ondernemers, werknemers en investeerders te maken met strikte regelgeving en beperkte fiscale voordelen. Dit maakt het voor Nederlandse startups lastiger om door te groeien tot scale-ups dan Europese en internationale tegenhangers.
2 - Hoe komt het dat Nederland zo te maken heeft met deze innovatieparadox?
In ons onderzoek stellen we dat mogelijke verklaringen en oplossingsrichtingen voor de innovatieparadox afhangen van het paradigma, oftewel de ‘lens’, waarmee we naar deze paradox kijken. Vanuit het lineaire innovatieparadigma worden oorzaken voor de paradox gezocht in marktfalen die kennisinstellingen en bedrijven beperken in het ontwikkelen en omzetten van kennis naar economische waarde. Het innovatiesysteem-paradigma benadrukt dat de paradox ook gezien kan worden als het resultaat van bredere systemische tekortkomingen (systeemfalen) binnen het onderzoeks- en innovatie-ecosysteem en dat de randvoorwaarden daarom op orde moeten zijn. Het transformatief innovatieparadigma benadrukt tenslotte dat R&D-inspanningen hun doel voorbij kunnen schieten wanneer ze onvoldoende bijdragen aan maatschappelijke waardecreatie.
Meer weten? Lees Factsheet B in het bijlagenrapport.
1 - In het rapport stellen jullie dat Nederland te maken heeft met een innovatieparadox. Wat is dat en hoe uit deze zich in Nederland?
De innovatieparadox is een term die door de Europese Commissie in 1995 is gebruikt voor de bevinding dat Europese landen minder goed in staat zijn om wetenschappelijke kennis te vertalen naar nieuwe producten en bedrijvigheid. Sindsdien is er over deze innovatieparadox al veel geschreven en onderzocht.
In het rapport stellen we dat ook in Nederland een innovatieparadox speelt. Dit uit zich in Nederland op twee manieren. Ten eerste zien we dat Nederland excelleert in wetenschappelijke output en de kwaliteit van publicaties, maar dit vertaalt zich niet in een evenredig aantal patenten of andere toepassingen. Ook de relatief lage private R&D-uitgaven en het beperkte aandeel aan experimentele ontwikkeling suggereren dat Nederland moeite heeft om fundamenteel onderzoek om te zetten in nieuwe producten en processen. Ten tweede zien we de innovatieketen haperen in de doorgroei van startups naar scale-ups. Hoewel Nederland bekend staat om zijn levendige startup-ecosysteem, zijn er signalen van afvlakking zichtbaar en blijft de doorgroei naar scale-ups reeds achter. Het aantal bedrijven dat de stap naar een grotere schaal weet te maken is beperkt.

Is AI made in Europe automatisch verantwoorde AI?
Het gebruik van digitale technologieën, en in het bijzonder AI, neemt razendsnel toe in zowel de publieke sector als de samenleving. Lees de relfectie van Marianne.
- vorige pagina
- 1
- 2
- 3
- 4
- ...
- 12
- volgende pagina
Neem contact met ons op
-

Lotte de Groen
Functie:MarktdirecteurSpecialisatie niet bekendMijn naam is Lotte de Groen. Ik ben marktdirector bij TNO Vector, waar ik opereer op het strategische snijvlak van maatschappelijke transities, innovatie en marktontwikkeling. In deze rol richt ik mij op het versnellen en opschalen van transities die een tastbare impact hebben op langetermijnconcurrentiekracht, maatschappelijke veerkracht en brede welvaart.
-
E-mail:E-mail Lotte
-
LinkedIn:Lotte op LinkedIn
-
-

Anne Fleur van Veenstra
Functie:Wetenschappelijk directeurSpecialisatie niet bekendAls wetenschappelijk directeur van TNO Vector ben ik verantwoordelijk voor ons kennisportfolio. Ik onderhoud relaties met andere kennisinstellingen. Mijn drive is dat onze onderzoekers hun kennis toepassen om maatschappelijke innovatie te realiseren.
-
E-mail:E-mail Anne Fleur
-
LinkedIn:Anne Fleur op LinkedIn
-