Aquifers
In ThermoGIS wordt de geothermische potentie per watervoerende laag (aquifer) berekend. De tabel op deze pagina biedt een overzicht voor welke aquifers een berekening wordt uitgevoerd in de huidige versie van ThermoGIS.
Om het geothermische potentieel van een aquifer te beoordelen, zijn schattingen van de volgende zes eigenschappen van de aquifer nodig:
- Diepte – de diepte vanaf het oppervlak tot aan de bovengrens van de aquifer
- Dikte – de dikte van de aquifer
- Netto-bruto – de verhouding tussen zand(steen) en klei(steen) in de aquifer
- Porositeit – het poriënvolume in de aquifer
- Permeabiliteit – het vermogen van water om door de aquifer te stromen
- Temperatuur – de temperatuur van de aquifer
De diepte en dikte beschrijven samen de geometrie van een aquifer. Ze worden gemodelleerd door gebruik te maken van metingen in boorgaten en seismische gegevens.
De eigenschappen netto-bruto, porositeit en permeabiliteit worden gemodellerd met gebruik van metingen van deze eigenschappen die gedaan worden in boorgaten, in combinatie met kaarten van de maximale begravingsdiepte van de aquifer. De permeabiliteit is de meest onzekere, en tegelijkertijd heeft deze de grootste invloed op het geothermisch potentieel van de aquifer. Samen worden deze kaarten 'eigenschappen-kaarten' genoemd.
De temperatuur wordt gemodelleerd met een fysisch voorwaarts model, en gecalibreerd aan temperatuurmetingen die gedaan worden in boorgaten.
ThermoGIS toont de geothermische potentie van 29 watervoerende lagen of aquifers (reservoirs), vijf samengestelde lagen die bestaan uit twee of meer aquifers (‘periode’) en een overzichtslaag die alle aquifers omvat (zie de onderstaande tabel). De Nomenclator van de Diepe Ondergrond op de DinoLoket website biedt meer geologische achtergrond over de aquifers.